Sumi-e, Beppe Mokuza, Pittura, CrisantemoSlide thumbnail

Op rijstpapier is slechts
één penseelstreek
toegestaan voor elke toets

DE GESCHIEDENIS VAN SUMI-E

De filosofische basis van Sumi-e

Om Sumi-e, het schilderen met zwarte inkt,te introduceren, is het nodig om een korte uitleg te geven over het belang van schilderen in China, omdat het monochroom schilderen in deze culturele, filosofische en artistieke context is ontstaan.

Van alle kunstvormen in China is de schilderkunst de belangrijkste en voor iemand uit China onthult de schilder het mysterie van het universum. Dit is gebaseerd op een basisfilosofie, het Taoïsme, dat nauw omschreven opvattingen heeft over de kosmos, de bestemming van de mens en de relatie tussen de mens en het universum.

De schilderkunst is de toepassing van deze filosofie, omdat deze kunst diep doordringt tot in het mysterie van het universum. Men kan zelfs zeggen dat de schilderkunst niet zozeer een weergave is van de ‘wonderen van de natuur’, maar eerder een op zichzelf staande ‘uitdrukking van de natuur’ is. Een bijzondere manier van bestaan, een psychische gesteldheid, waarbinnen het leven geleefd kan worden en waar kunst en levenskunst samenvallen. Een subliem kunstwerk probeert altijd een vitale microkosmos te creëren die de macrokosmos weerspiegelt. Het is subliem, want in het ervaren van de schoonheid verbindt het Leven zich met de oorspronkelijke Geest.

Een oud gezegde bevestigt dat “diegene die zich bekwaamt in het schilderen langer zal leven, omdat het leven dat je met een penseel hebt gecreëerd, het leven zelf versterkt”.

In de traditie van het Oude China weerspiegelt de harmonie van een kunstwerk de universele harmonie van de Tao, het opperste en ondoorgrondelijke principedat aan het ontstaan van de wereld ten grondslag ligten dat het geheime ritme van de natuur regelt. Het is geen toeval dat het dominante onderwerp van de grootse Chinese schilderkunst het Landschap is, dat altijd enigszins realistisch en tegelijkertijd symbolisch is.

Menselijke figuren en constructies leiden de blik nooit af van centrale elementen zoals een berg, een waterval, boom, bamboe of orchidee in een compositie van symbolische tegenstellingen gebaseerd op de Tao, die verwijst naar het evenwicht tussen Hemel en Aarde, de mens en de natuur, zwaarte en lichtheid,volheid en leegte. In alles, of het nou een levend wezen of een door de mens gecreëerd kunstwerk is, stroomt de Ch’i. Het is de geest, de adem, een ontastbare kracht.Deze opvatting mag voor de Westerse perceptie vaag lijken, zelfs hinderlijk metafysisch, maar het ideogram van Tao betekent letterlijk “de Weg” en een weg is gemaakt om hem in te slaan en te volgen.

Dezelfde principes worden door de schilder belichaamd, die zich door de kunst van het penseel opstuwt naar het Leven zelf en die zo toelaat dat het Leven zich manifesteert via zijn kunst, want “de toets van een penseel komt overeen met wat hij in zijn hart voelt“. Ook geldt:“Voordat je leert schilderen, zul je eerst moeten leren je hart tot rust te laten komen, zodat je geest helder wordt en hart en hand in perfecte harmonie met elkaar samenwerken“.

Weer een ander gezegde van Chang Tsao uit de Tang dynastie stelt:

Neem in de buitenwereld Creatie als model,
maar voor de innerlijke wereld volg je de Bron van je ziel.

Hoofdthema’s

Niets geeft de Chinese ziel beter weer dan de schilderkunst. In China was de schilder niet alleen een kunstenaar, maar tevens een filosoof, een wijs persoon. Daarom beschouwde men in China het schilderen als “perfecte kennis“ en als uiting van de morele integriteit en het culturele niveau van de schilder.

Er zijn vier hoofdonderwerpen in de traditionele Chinese schilderkunst, die in wezen hetzelfde zijn als in de Japanse schilderkunst: het landschap, portretten, vogels en dieren, en bloemen en bomen.
Zoals eerder gezegd heeft de natuur in de schilderkunst vaak een symbolische betekenis.

Zo staat bamboe bijvoorbeeld voor eeuwigdurende vriendschap en een lang leven. Het vertegenwoordigt buigzaamheid geworteld in kracht. Het roept het beeld op van een flexibele innerlijke houding die een mens kracht schenkt, omdat hij – net als bamboe – niet vecht tegen veranderingen maar, geconfronteerd met ingrijpende gebeurtenissen, met ze meebuigt en zich aanpast.

De persoon die zich op deze manier gedraagt is “altijd groen“, hij blijft dichtbij zichzelf in evenwicht, ook onder veranderende seizoenen en levensfasen.

De orchidee, bamboe, pruimenboom en chrysant vertegenwoordigen de “Ki“ of de vitale energie van de vier seizoenen en van de vier levensfasen van een mens. Ze worden gezien als de “Vier Edelen“.

De vraag welke onderwerpen in Sumi-e specifiek bestudeerd worden, komt later aan de orde in de vorm van modellen die worden nageschilderd om de techniek en de oneindige variatie aan vormen in de natuur aan te leren.

Geschiedenis van Sumi-e in Japan

Laten we eerst terugkeren naar het Kamakura tijdperk (1192-1333), toen de macht van de adel werd overgenomen door de krijgers (Samoerai). In die tijd was het door de pelgrimages van Zen-monniken en hun handel mogelijk om veel Chinese schilderijen en kunstvoorwerpen terug te brengen naar Japan. Dit had grote invloed op kunstenaars die in tempels werkten die de kunstwerken hadden besteld of die in contact stonden met kunstverzamelaars (de shoguns).

De import van Chinese kunst vormde niet alleen de inspiratie tot verandering in de schilderkunst, ze leidde ook tot een vernieuwend gebruik van kleur: de Yamato-e kunst (schilderijen op lange rollen uit de tiende en elfde eeuw) werd vervangen door de Chinese monochrome techniek.

Het schilderen met zwarte Oost-Indische inkt, een techniek die zijn oorsprong vond in het werk van de grote Chan-Boeddhistische meesters en schilders van de Tang en Song dynastiën, werd in Japan bekend door de verspreiding van Suiboku-ga of Sumi-e (eind 13de eeuw). Deze stijl van schilderen werd in het begin uitsluitend beoefend door Zen Boeddhisten en werd vervolgens overgenomen door kunstenaars die diep geïnspireerd werden door deze manier van schilderen.

Voor lange tijd was schilderen met zwarte inkt (Sumi-e) praktisch onafscheidelijk van Zenschilderen.

De grootste Sumi-e meester uit deze periode is Sesshu (1420 -1507), een zen-monnik uit Kyoto, die in China bij de Chan-monnik Shubun inktschilderen had geleerd. Sesshu is de enige schilder die de filosofische basis heeft overgenomen en die deze kunst in de oorspronkelijke opvatting heeft overgebracht naar de Japanse kunst en taal, met inachtneming van de ruimtelijke opvattingen van de Chinese kunst uit die tijd.

In China en Japan werd de schilderkunst van oudsher geïdentificeerd met Zen. Om alle eigenschappen ten volle te doorgronden, is het nodig de filosofie van Zen en de Zen-beoefening te begrijpen. Zen is gebaseerd op het concept van Leegte, de oorsprong van de menselijke geest.

Beoefening van de Leegte

Het onzegbare uitdrukken, overbrengen wat niet in woorden te zeggen is, dat was de ogenschijnlijk paradoxale bedoeling van Shakyamuni Boeddha tijdens een bijeenkomst op de Gierenberg, waar hij op verzoek sprak over De Wet (De Eeuwigheid): hij pakte een bloem, tilde zijn hand op en draaide de steel rond tussen zijn vingers terwijl hij bleef zwijgen.

Ervan uitgaand dat dit de werkelijke bedoeling van de Boeddha was, dan kunnen we ons voorstellen waarom volgens de legende niemand van de talrijk aanwezige mensen in staat was de diepere betekenis van dit gebaar van de Meester te begrijpen. Zoals met alle andere dingen en gebeurtenissen in het universum kon dit niets te betekenen hebben, en daarom betekende het absoluut alles.

Maar niemand was in staat dit te begrijpen en niemand sprak een woord. Alleen Mahakashyapa de Grote beantwoordde Boeddha’s blik en ervoer een heldere ontsluiering van het onbegrensde Niets en glimlachte, de intimiteit delend. Vanwege die glimlach werd hij beschouwd als de doorgever van de bijzondere boodschap van Boeddha en van zijn leer.

Dan vallen “lichaam en geest weg“, de persoonlijkheid en het Wezen dat daaraan ten grondslag ligt, worden EEN en het kunstwerk ontstaat uit zichzelf, vrij, zonder afhankelijk te zijn van de bedoeling van de kunstenaar; hij of zij volgt simpelweg het natuurlijke proces van creatie, zonder einige intentionele inspanning.

Dit vormt het aloude hart van Zen, de authentieke en onmiddellijke uitdrukking van de opperste ervaring van Ontwaken, het is een schitterende visie op onze eigen ware aard (Satori). De Leegte die in staat is om ons te laten ontwaken uit de lange slaap van pijn en angst van het menselijk bestaan. Wat betreft deze niet in woorden te vatten ervaring die leidt naar Nirvana (ware wijsheid waarin de pijn van het bewustzijn eindigt), stelde Zen dat de transmissie ervan rechtstreeks moest zijn, “van hart tot hart”. Niet zozeer afhankelijk van woorden, maar ontdekt door het bestuderen van onze eigen aard, zoals overgedragen door zijn legendarische grondlegger, Bodhidharma. Vanuit de oprechte overtuiging dat “als je het niet in jezelf kunt vinden, waar elders kun je het dan vinden?”

De schilderijen uit de 13de – 15de eeuw, die tegenwoordig als authentieke, waardevolle creaties worden beschouwd, zijn niets anders dan “rechtstreekse aanwijzingen” van de onuitsprekelijke Leegte, die door Boeddha werd ontdekt en die het gezicht oplichtte van zijn hoogst gewaardeerde leerling.

Shen Tsung Ch’ien zegt:

Het spelen met een penseel moet worden gedomineerd door de adem
Wanneer er Adem is, is er vitale energie. Alleen dan brengt een penseel het Goddelijke voort.

 

De Weg van Penselen

Zen-schilderkunst (in het bijzonder de meer recente uit de 17de-19de eeuw) verschilt van de schilderkunst zoals die gewoonlijk wordt opgevat in het Westen. In feite zijn Zen-schilderijen een soort schets in zwart en wit, waar het witte vlak (het papier) het universum voorstelt en de zwarte inkt de materiële vormen die daarin onophoudelijk verschijnen en weer verdwijnen. Het is de taak van de ware meester in Zen-schilderen om de vitale energie en de eeuwigdurende betekenis die in de vorm besloten liggen, uit te drukken.

In de thee-ceremonie spreekt men over “De Weg van de Thee“ en zo kan men schilderen ook als een Weg opvatten (Do in het Japans): een traditionele methode van beoefening die waardevol is voor het trainen van je bewustzijn. Door het vaardig hanteren van een penseel kun je de beperkingen van je eigen ego en zelfgevoel overstijgen, zodat je beter afgestemd bent op het Zelf in een “niet-bewuste staat van zijn“.

Om de Weg op de juiste manier te beoefenen zullen we alles waarop die Weg gebaseerd is, moeten begrijpen. Louter techniek is niet voldoende om een kunstwerk te creëren in Zen-stijl: de kunstenaar zal “zichzelf met alles dat is aangeleerd moeten vergeten“, zodat hij de inspiratie vindt om één te worden met zijn technische vaardigheden.

Om een voorbeeld te noemen, laten we eens kijken wat er gebeurt als we een bamboe willen schilderen in de Sumi-e methode: je zit (maar je kunt ook staan) met een rechte rug, je plaatst een vel papier voor je en je concentreert je daarop, met een kalme en natuurlijke ademhaling. Je laat alle andere gedachten vervagen totdat er uitsluitend een wit vel papier in je gedachten overblijft. Vervolgens laat je het beeld van wat je wilt schilderen in je geest opkomen. Om de bamboe te kunnen maken, zul je zijn structuur en samenhang van binnenuit moeten voelen, de stam, takjes, de blaadjes licht aangeraakt door een zuchtje wind of zwaar hangend, nat van de regen.

Je geest is ervan vervuld, sterker nog, “je geest wordt de bamboe”, het is onbeschrijflijk. Dan pak je het penseel op en laat je je hand op een natuurlijke manier bewegen, ongedwongen, zonder intentie. Je denkt niet aan techniek of aan het resultaat, er is geen bewuste poging om een mooi schilderij te maken. Beetje bij beetje, stap voor stap, zal de bamboe vorm aannemen en ontstaat een schilderij dat onbetwistbaar levendig is. De bamboe is “gecreëerd” vanuit het niets, zonder te zijn gecopieerd, zonder model.

Op rijstpapier is slechts één penseelstreek toegestaan voor elke toets: alle correcties zijn onmiddellijk zichtbaar. Alle mentale activiteit die het beeld (en je leven) compliceert, wordt losgelaten. Zo ga je begrijpen dat wat je denkt over het leven, niet het leven zelf is, en dat je gedachten over Zen geen Zen is- het zijn alleen maar gedachten.

Meester Sung Tung Po zegt:

Voordat je een bamboe schildert, moet de bamboe eerst in je ziel groeien.
Dan zal er, terwijl je het penseel vasthoudt en je je concentreert op het papier, voor je ogen een beeld ontstaan.
Vang dit meteen en schilder het, want het zal snel weer verdwijnen, zoals een wild konijn wanneer de jager nadert.

De echte Sumi-e

Zoals al eerder gezegd, de Japanse term sumi-e: “sumi” betekent “zwarte inkt”, en “e” betekent schilderij. Het verwijst naar een kunstvorm waarin alle onderwerpen worden geschilderd met zwarte inkt en met alle mogelijke tinten ervan, variërend van puur zwart tot de lichtst mogelijke schakering vermengd met water.
Maar dat wil niet zeggen dat alles dat op deze wijze geschilderd is, Sumi-e genoemd mag worden.

Echte Sumi-e voldoet aan zes typische kenmerken, zoals eenvoud en spontaniteit, waarbij de sensitiviteit van de kijker rechtstreeks wordt aangesproken. Een schilderij kan pas echt levend worden, als alle onderdelen ervan levend zijn. Deze manier van schilderen heeft de schets al in zich. Een uitgebreide voorbereiding, zoals bij de traditionele schilderkunst, is niet nodig; elk overbodig detail is weggelaten.

Sumi-e vangt de essentie van de natuur, is in harmonie met de “ritmische beweging van de Geest” die in alles aanwezig is en die de kunstenaar overbrengt naar zijn schilderij.

Deze wijze van schilderen werd in Japan geïntroduceerd door Zen-monniken en werd snel een succes omdat in deze schilder-methode, net zoals in Zen, de werkelijkheid wordt teruggebracht tot zijn pure, naakte vorm. Retoucheringen, toevoegingen en versieringen verbeteren een kunstwerk niet, maar verbergen eerder zijn ware aard. Net zoals bij het bereiden van een maaltijd: als je teveel kruiden toevoegt proef je niet de ware smaak van wat je hebt gekookt.

Zoals in Zen enkele woorden genoeg zijn om de betekenis uit te drukken van vele uren meditatie, zo zijn een paar toetsen van een penseel met zwarte inkt op een eenvoudig wit vel papier voldoende om een complex model weer te geven. Men moet eerst leren de essentie te vatten voordat men door kan dringen tot de kern van werkelijkheid.

Het lesgeven

Deze manier van schilderen is volledig, je hele lichaam wordt erbij betrokken. Het is zeker niet makkelijk en het is noodzakelijk om met een bedreven leraar te werken en te wennen aan het ontelbaar herhalen van onderwerpen of onderdelen ervan. De geest wordt meer en meer verfijnd en sensitief door de voortdurende herhaling.

Als je pas begint is het onvermijdelijk dat je werk koud en onnatuurlijk overkomt. Na verloop van tijd zul je meer schoonheid in je werk gaan zien, maar het moet geen obsessie worden om een perfecte beoefenaar van Sumi-e te zijn. Want in dat geval zal je geen enkele vooruitgang maken. Als je blijft denken in termen van goed en slecht ben je nog steeds ver verwijderd van de ware geest van Sumi-e.

Net als in Zen moet de geest vrij zijn van elk verlangen naar succes of ambitie. Waarschijnlijk zul je dan, eerder dan gedacht, in staat zijn om wat dan ook te schilderen, omdat elk onderdeel van een landschap aan je verschijnt als de ware reflectie van de bron van het leven en de natuur zelf. Je zult je ook gaan beseffen dat je beter ademt, dat de houding van je lichaam rechter is geworden en ”nobeler” en dat je algehele gezondheid erop vooruit is gegaan, inclusief je spirituele en psychologische evenwicht.

In Zen is zazen niet zozeer het aanleren van een meditatie-techniek, maar gaat het veel meer over het totstandbrengen van een rechtstreeks contact met de oorsprong van alles (Boeddha’s aard). Op dezelfde wijze gaat Sumi-e veel verder dan een eenvoudige ”schilder-techniek”.